“Made in Europe” alleen geloofwaardig is als Europa ook inzet op “Recycled in Europe”. Onze afgedankte voertuigen, batterijen, apparaten en verpakkingen bevatten waardevolle materialen die opnieuw als grondstof voor de Europese industrie kunnen dienen. Door die materialen in Europa in te zamelen, te recycleren en opnieuw te gebruiken, verkleinen we onze afhankelijkheid van ingevoerde grondstoffen, verminderen we de CO₂-uitstoot en behouden we kennis, investeringen en werkgelegenheid. Europese regelgeving zoals de PPWR, de Critical Raw Materials Act en de nieuwe verordening over afgedankte voertuigen zet stappen in de goede richting. Zo moet er meer gerecycleerd materiaal in nieuwe producten worden verwerkt en moeten waardevolle materialen beter worden teruggewonnen. Tegelijk toont het nakende exportverbod voor kunststofafval naar niet-OESO-landen aan dat Europa nog onvoldoende rendabele recyclagecapaciteit heeft voor bepaalde afvalstromen. Ook de Industrial Accelerator Act schiet volgens Denuo nog tekort. De wetgeving richt zich te sterk op primaire productie en erkent afvalbeheer en recyclage onvoldoende als strategische industriële activiteiten. Om werkelijk circulair en strategisch autonoom te worden, moet Europa daarom niet alleen doelstellingen opleggen, maar ook de juiste economische voorwaarden creëren: competitieve energieprijzen, stabiele regelgeving, sterke Europese oorsprongscriteria, investeringen in recyclagecapaciteit en een gegarandeerde vraag naar Europese recyclaten. Alleen zo kunnen Europese afvalstromen opnieuw Europese grondstoffen worden.